AWBZ
Pakketmaatregelen AWBZ: gevolgen en maatregelen voor mantelzorgers
Op 1 januari 2009 zijn de pakketmaatregelen AWBZ ingevoerd. Het Ministerie van VWS heeft hiertoe besloten om de zorg voor mensen met ernstige beperkingen betaalbaar te houden. De pakketmaatregelen hebben vergaande gevolgen, vooral voor mensen die een indicatie voor ondersteunende of activerende begeleiding hebben. Voor circa 27% van de cliënten vervalt hun begeleiding. Daarnaast krijgt een groot deel te maken met het inkrimpen van hun begeleiding. De maatregelen raken niet alleen de cliënten zelf, maar ook hun mantelzorgers.
Naar verwachting zullen gemeenten geconfronteerd worden met de gevolgen van de maatregelen. Te denken valt aan een groter beroep op gemeentelijke voorzieningen of op mantelzorgondersteuning. Deze voorzieningen vallen onder de Wmo en daarmee onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Deze notitie gaat specifiek in op de gevolgen en mogelijke oplossingen voor mantelzorgers.
Veranderingen in 2009
In Nederland maakten ongeveer 800.000 mensen - 5% van alle Nederlanders - gebruik van de AWBZ. De AWBZ is onder te verdelen in verschillende soorten zorg, ofwel functies. Sinds 2009 zijn er vijf functies:
persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, behandeling en verblijf. Vóór 2009 waren dat er nog zes. Het terugbrengen van het aantal AWBZ-functies is een van de wijzigingen dit jaar.
Samenvoegen ondersteunende en activerende begeleiding
Per 1 januari 2009 zijn de functies ondersteunende en activerende begeleiding verdwenen en is de nieuwe functie begeleiding ontstaan. Verder
is een aantal activiteiten uit de activerende begeleiding overgeheveld naar de functie behandeling. Dit zijn activiteiten die deel uitmaken van een volledig behandelplan.
De nieuwe functie begeleiding heeft een ander doel dan de oude functies ondersteunende en activerende begeleiding. Het doel van begeleiding is het voorkomen dat mensen verwaarlozen of in een instelling terechtkomen (Ministerie van VWS 2008). Begeleiding heeft dus niet langer tot doel het handhaven of bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, zoals in de oude functie (G27 2008). De meeste voorzieningen en activiteiten die hieronder vielen, waren gericht op het handhaven van de zelfredzaamheid, het integreren van cliënten in de samenleving en het ondersteunen van mantelzorgers.
De verandering betekent dat voor een groot deel van de activiteiten uit de ondersteunende en activerende begeleiding gericht op maatschappelijke participatie, geen plaats meer is in de nieuwe functie begeleiding. Het gaat dan om deelnemen aan sociale activiteiten of het aanleren van sociale vaardigheden. Daarnaast betekent geen of minder recht op begeleiding niet alleen dat de cliënt maar ook diens mantelzorger wordt getroffen. Dit treft zowel mensen die zorg in natura hebben als een persoonsgebonden budget.
Strengere eisen toegang begeleiding
De tweede wijziging is het inperken van de toegang tot de nieuwe functie begeleiding. Deze wordt een stuk strenger dan de toegang tot de functies ondersteunende en activerende begeleiding. Alleen verzekerden die matige of ernstige beperkingen hebben in hun zelfredzaamheid komen nog in aanmerking. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en Bureau Jeugdzorg bepalen de ernst van de beperkingen.
Ze kijken daarbij naar de volgende criteria:
- sociale redzaamheid: regie van het leven;
- bewegen en verplaatsen: zelfstandig voortbewegen;
- probleemgedrag: agressie en dwangmatig gedrag;
- psychisch functioneren: denken, concentreren en waarnemen;
- geheugen- en oriëntatiestoornissen
Een indicatie wordt in ieder geval niet meer afgegeven voor begeleiding bij zaken als persoonlijke verzorging, het sociale, huishoudelijke en maatschappelijke leven. Deze begeleiding moet worden overgenomen door andere voorzieningen, bijvoorbeeld extra mantelzorg, vrijwilligersorganisaties
en gemeentelijke voorzieningen (Wmo).
Inperken omvang begeleiding
De derde wijziging is dat de omvang van de begeleiding wordt ingeperkt. Door de strengere richtlijnen zullen veel mensen minder uren begeleiding ontvangen. Jeugdigen (tot 18 jaar) ontvangen standaard een uur minder begeleiding. Ouders worden geacht zelf deze extra begeleiding te verzorgen (Per Saldo 2009). Wel kan in de nieuwe functie begeleiding respijtzorg worden geïndiceerd. Dit geldt echter alleen voor bepaalde doelgroepen. Ook gaan de uren voor respijtzorg af van het totaal aantal uren begeleiding van de cliënt.
Verdwijnen psychosociale grondslag voor AWBZ-ondersteuning
Ten slotte zal voor mensen die enkel vanwege een psychosociale beperking AWBZ-ondersteuning kregen, deze helemaal vervallen. Dit geldt onder andere voor daklozen, zwerfjongeren, ontregelde gezinnen, mensenhandelslachtoffers en geïsoleerde ouderen. Deze doelgroep staat bekend als zorgmijders. De belangrijkste reden voor het schrappen van de psychosociale grondslag uit de AWBZ is de grote overlap met de Wmo-taken van de gemeenten.
Overgangsmaatregelen
Mensen die hun begeleiding volledig verliezen na herindicatie, krijgen een gewenningsperiode: een zachte landing. Deze gewenningsperiode stopt per 31 december 2009, ongeacht de datum van herindicatie. Dit betekent dat iemand die op 1 juni 2009 na herindicatie zijn/haar begeleiding verliest, een gewenningsperiode heeft van maximaal zes maanden. Dat terwijl iemand die
zijn begeleiding verliest op 1 november 2009, slechts een gewenningsperiode van maximaal twee maanden heeft. Mensen die slechts een deel van hun begeleiding verliezen, hebben geen recht op een gewenningsperiode.
Gevolgen voor mantelzorgers
Wat betekenen deze veranderingen nu voor mantelzorgers zelf? De wijzigingen door de pakketmaatregelen hebben indirect gevolgen voor
mantelzorgers. Doordat de mensen voor wie zij zorgen begeleiding kregen, werden de mantelzorgers ontlast.
Door het wegvallen of verminderen van de begeleiding van cliënten wordt een groter beroep op mantelzorgers gedaan. De mate van extra belasting
verschilt per cliëntgroep. Met name mantelzorgers van ouderen met beginnende ouderdomsklachten worden naar verwachting zwaar getroffen. Een grotere belasting kan leiden tot overbelasting van mantelzorgers. Wat hierbij een rol speelt, is dat de zwaarte van de beperking - wat de basis vormt voor de indicatie - niet altijd overeenkomt met de mate van belasting van de mantelzorger. Juist licht dementerende ouderen zijn een zware belasting voor mantelzorgers.
Naast het feit dat mantelzorgers meer moeten doen, krijgen zij ook te maken met andere taken. Dit komt door de wijzigingen in de functie persoonlijke
verzorging. Zo wordt verwacht dat zij taken, die voorheen door professionele thuiszorg werden gedaan, steeds meer zelf doen. Een voorbeeld daarvan is het oogdruppelen. Deze verschuiving richting verpleging brengt risico’s met zich mee, omdat mantelzorgers hier niet voor zijn opgeleid.
Problemen combineren zorg en werk
Mantelzorgers kunnen door de pakketmaatregelen in het nauw komen bij het combineren van mantelzorg en (vrijwilligers)werk. Dat is bijvoorbeeld het geval als cliënten voor wie zij zorgen geen gebruik meer kunnen maken van dagbesteding of huiswerkbegeleiding.
Financiële problemen
Als gevolg van de problemen rondom het combineren van zorg en werk kunnen er financiële problemen ontstaan voor mantelzorgers. Stoppen met werken of minder gaan werken heeft op lange termijn ook gevolgen voor de pensioenopbouw. Daarnaast hebben ook andere veranderingen in de AWBZ invloed op de financiële situatie. Zo wordt vanaf 1 januari 2010 een eigen bijdrage voor begeleiding ingesteld. Die eigen bijdrage gold al voor andere AWBZ-functies, maar is nieuw voor begeleiding.
Door financiële problemen kan het aantal uitkeringsaanvragen bij de gemeentelijke sociale dienst toenemen. Vooral eenoudergezinnen zullen naar verwachting in toenemende mate een uitkering aanvragen.
Beperkte extra hulp voor overbelaste mantelzorgers
Als het extra beroep op de mantelzorger leidt tot overbelasting, kan tijdelijk extra hulp voor de cliënt worden geïndiceerd om de mantelzorger te ontlasten. Deze hulp kan zowel intra- als extramuraal worden ingezet, afhankelijk van de soort zorg die de mantelzorger biedt. De hulp geldt in principe voor een periode van dertien weken. Indien nodig kan deze periode
één keer worden verlengd. Als mantelzorgers dan nog niet hun mantelzorgtaken kunnen op pakken, kan dit betekenen dat er hulp moet worden gezocht in een intramurale setting.
Bron
Tympaan Instituut in samenwerking met Zorgbelang Zuid-Holland. Het Tympaan Instituut is een provinciaal kennisinstituut voor maatschappelijke
vraagstukken.
Nieuwsberichten:
|+| Netwerkbijeenkomst 'Mantelzorgen doe je samen' (15-10-2009)
|+| Gemeente Vlist is trots op mantelzorgers! (15-10-2009)
|+| Belangrijke mededeling AWBZ indicaties (1-10-2009)
Zie ook:
|+| www.minvws.nl/dossiers/awbz/
