04-10-2011
Minister biedt herindelingsadvies Krimpenerwaard niet aan Tweede Kamer aan
Vlist - Op 30 september jl. heeft minister Donner van Binnenlandse Zaken een brief gestuurd aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Minister Donner reageert in deze brief op vragen die gesteld zijn over de gemeentelijke herindeling Krimpenerwaard. De minister stelt in deze brief dat de inhoudelijk noodzaak en urgentie onvoldoende is onderbouwd in het herindelingsadvies van de provincie Zuid-Holland. Dit had de minister in een eerdere brief ook al kenbaar gemaakt. De minister laat de beslissing over wat er nu het beste kan gebeuren over aan de provincie Zuid-Holland.
In eerdere brief van 16 juni jl. had de minister al aangegeven dat het herindelingsadvies van de provincie Zuid-Holland onvoldoende de inhoudelijke noodzaak en urgentie onderbouwt om tot herindeling van de gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist over te gaan. Bovendien, zo stelde de minister, bestaat er onvoldoende bestuurlijk draagvlak. De minister gaf toen aan een verbeterd advies te willen ontvangen van de provincie, waarin deze punten nader worden onderbouwd. De provincie Zuid-Holland heeft in een brief van 28 juni jl. aangegeven achter het ingediende herindelingsadvies te blijven staan en heeft de minister verzocht om een nadere toelichting op zijn uitspraak.
De minister geeft nu in zijn brief aan de Tweede Kamer aan bij zijn standpunt te blijven. Uit het herindelingsadvies blijkt niet dat er grote problemen zijn met de bestuurskracht van de betrokken gemeenten. Ook zijn er in het gebied geen grote maatschappelijke of regionale opgaven die vanwege
onvoldoende bestuurskracht van de betrokken gemeenten niet adequaat opgepakt kunnen worden. Het ontbreken van voldoende bestuurlijk draagvlak in combinatie met het ontbreken van inhoudelijke noodzaak maakt dat deze herindeling niet urgent is. Daarmee is een gedwongen gemeentelijke herindeling een te zwaar middel.
Vervolg
De minister geeft de provincie nu alsnog de mogelijkheid om een verbeterd herindelingsadvies in te dienen. De minister kaatst hiermee de bal terug naar de Provincie. Volgens de minister is het in deze unieke situatie beter om de provincie Zuid-Holland, die het initiatief heeft genomen tot deze herindeling en de regionale situatie het beste kent, te laten beslissen wat er nu het beste kan gebeuren.
De minister heeft kenbaar gemaakt nog steeds open te staan voor een verbeterd herindelingsadvies. Dit advies zal overigens opnieuw door provinciale staten moeten worden vastgesteld en opnieuw worden getoetst aan het Beleidskader gemeentelijke herindeling.
De minister heeft geen tijdslimiet verbonden aan het indienen van een eventueel verbeterd herindelingsgadvies. Wel is het, met het oog op het financieel toezicht waar de gemeenten nu onder staan, belangrijk dat de provincie op korte termijn duidelijkheid verschaft over de vervolgprocedure. De Wet arhi geeft namelijk geen afzonderlijke regels voor deze unieke situatie.

|+| Brief minister aan Tweede Kamer (30-09-2011)
